Frivolité

11c. Engels - Nederlands

 

Het internet zit vol met de meest prachtige (gratis) patronen, maar handwerksters over de hele wereld schrijven de patronen meestal in het Engels. Ook zijn de meeste boeken geschreven in deze taal, het is dus aan te raden om je in elk geval de basistermen eigen te maken.

 

.../...     = aantal steken eerste helft / tweede helft splitring

........    = onbewerkte draad

[ sts ] # = aantal steken tussen haakjes, herhaal aantal keer dat rechts staat

{ },  < >, * to *  = instructies voor een groep of voor een herhaling

(.) = aantal halve knopen in een josephine ring

 

TURN = werk keren, (meestal) van rechts naar links

FLIP = werk keren, (meestal) van boven naar beneden

LAST = laatst gemaakte

 

+    = join = verbinding

++  = join and tie = verbinding en knoop

+LJ = lock join = verbinding kerndraad

+PLJ = picot lock join = picotverbinding kerndraad

-   = picot

- - = long picot = lange picot

2NB = two needle beads = 2 kralen op de naald rijgen

2PB = pull two beads up = 2 kralen omhoog schuiven

adj   = adjacent = dichtst bijzijnd

ATT = attach = vastmaken

B     = bead = kraal

beg = beginning = begin

betw = between = tussen

BoC = bead on core thread = kraal op kerndraad

Ch = chain = boogje

CL = close = sluiten

CLR = close ring = sluit de ring

CR = close ring = sluit de ring

CTM = continious thread method = ononderbroken draadmethode

   shuttle: draad opwinden en de boldraad niet afknippen

   naald: normale manier van werken (boldraad + naalddraad)

DDS = daisy double stitch = madeliefjespicot dubbele knoop

DNR(W) = do not reverse work = werk niet keren

DPB = down picot bead = inverted picot met kraal

DS = double stitch = dubbele knoop

EOR = end of row = einde van de toer

EP = extra large picot = hele grote picot

HS = half stitch = halve steek (1ste of 2e helft van dkn)

iP = inverted picot = picot aan de holle kant

iR = inner ring = binnenring

J = join = verbinding

JB = join bead = verbinding met kraal

JK = josephine knot = josefineknoop

JR = josephine ring

KSS = kate's secret step = tussenstap van Kate (YouTube)

LJ = lock join = verbinding kerndraad

LR = large ring = grote ring

LS = lock stitch = halve steek die andersom gaat t.o.v. de rest van de knopen

MP = mock picot = valse picot

MT = marker thread = markeerdraad

NB = needle bead = kraal op de naald

NRW = no reverse work = werk niet keren

P = picot

PREV = previous = vorige

Ps = picots

R = ring

REP = repeat = herhaal

ROR = ring on ring = ring bovenop andere ring

RP = repeat = herhaal

RW = reverse work = werk keren

SC = split chain = draad komt halverwege de boog uit

SCMR = self closing mock ring = zelfsluitende fopring

SEP = separated = gescheiden

SLT = shoelace tie/trick = schoenvetertruc

SR = split ring = splitring

SR = small ring = kleine ring

SS = switch shuttles = spoeltjes wisselen (naald: knip de boldraad ruim af en wissel de draden)

Tail = de draad die in de naald zit, als er gewerkt wordt met boldraad en naalddraad

TF = take off = naald door de steken halen

THC = tie, hide, cut = afknopen, afhechten, knip draad

TIAS = tat it and see = verrassing in groepsverband, per keer krijg je een deel van het patroon

TR = true ring = echte ring

VLP = very long/large picot = hele grote picot

VSP = very small picot = bijna onzichtbaar picootje

Maak simpel je website Eigen site maken