Frivolité

3f. Als je de naald door de steken hebt getrokken: de afsluitknoop aan het eind van ring of boog

 

Een groot verschil tussen het werken met de spoel en het werken met de naald is, dat wanneer je met de naald werkt, je na elke boog en na elke ring de steken aan het eind van deze boog of ring vastgezet met een knoop.

Uitzondering hierop is de Echte Ring (True Ring). Deze wordt uitgelegd in een volgend hoofdstuk.

 

Welke knoop je maakt hangt af van een aantal factoren.

- wordt het werk gekeerd? gebruik knoop 1

- wordt het werk niet gekeerd? gebruik knoop 2

- werk je met twee kleuren? dan kun je knoop 3 nodig hebben

- moeten de draden om één of andere reden gewisseld worden? gebruik de schoenvetertruc

 

Omdat de knoop vanzelfsprekend is wordt deze zelden of nooit in de patronen genoemd, maar moet wel steeds uitgevoerd worden.

Meestal wordt knoop 1 of 2 gebruikt. Knoop 1 als het werk wordt gekeerd, knoop 2 als het werk niet wordt gekeerd. Knoop 3 en 4 maak je uitsluitend als de omstandigheden daarom vragen.

Tip voor als je het even niet meer weet: kijk waar de draden moeten uitkomen en maak dan pas de knoop.

 

gebruikte afkortingen

WK = werk keren (RW = reverse work = TW = turn work)

WNK = werk niet keren (NRW = not reverse work, NTW = not turn work = DNR = do not reverse)

SVT = schoenvetertruc (SLT = shoe lace trick)

De afsluitknoop wordt ook wel eens fixeerknoop genoemd.

 

1. Knoop over de rechterdraad: als het werk gekeerd wordt

Handeling: WK - maak knoop

Zo doe je dat: keer het werk van rechts naar links, zoals je een bladzijde van een boek om zou slaan. Op die manier krijgen de twee draden een druppelvorm.

Steek de naald van onderaf naar je toe door de rechterdraad. Trek de draden aan. Op de derde tekening zie je hoe de knoop er ongeveer uit komt te zien, en waar je de naald legt als je een nieuwe ring of boog gaat maken.

2. Knoop over de linkerdraad: als het werk niet gekeerd wordt

Handeling: WNK - maak knoop

Zo doe je dat: je laat het werk in de positie zoals het is, na de zojuist gemaakte ring of boog. Leg de naalddraad tegen de klok in, boven je werk, steek de naald onder de linkerdraad door, over de rechterdraad heen. De naald komt rechts uit en de draden blijven aan zelfde kant.

3. Knoop over de linkerdraad: als het werk gekeerd wordt en draden moeten aan dezelfde kant blijven

Handeling: maak knoop - werk keren

De draden komen aan dezelfde kant uit als de vorige boog/ring. Dit kan nodig zijn om bijvoorbeeld de kleuren aan de zelfde kant te houden. Maak dan eerst de knoop door de linkerdraad, en dan pas keren.

Kijk goed waar de draden moeten uitkomen en maak dan pas de knoop. Zorg ervoor dat je de juiste draad straktrekt, zodat je een lockstitch krijgt (de steek houdt de knopen op de plaats). Trek je de verkeerde draad aan dan krijg je slechts een extra halve knoop erbij en dat is niet de bedoeling.

 

4. Schoenvetertruc: als het werk niet wordt gekeerd en de draden moeten gewisseld moeten

Maak een knoop over de linkerdraad, en laat de naald links uitkomen. Je krijgt dan een knoop zoals wanneer je je schoenveter gaat strikken, vandaar de naam schoenvetertruc.

Dit kan nodig zijn omdat je de kleuren wil wisselen, omdat het aanhechten van een nieuwe draad erg ongelukkig uitkomt, of om beter uit te komen met het garen (bijvoorbeeld omdat je boldraad bijna op is, je nog vrij veel draad in de naald hebt en je hoeft nog maar een klein stukje).

Op 2.00min zie je hoe het werk wordt gekeerd.

Als de twee draden een druppelvorm hebben (teardrop), dan weet je dat het keren goed is gegaan.

Maak simpel je website Eigen site maken