Frivolité

3k. Variëren met de dubbele knoop.

Door de dubbele knoop te variëren, onstaan er weer hele nieuwe mogelijkheden.

Je kunt hiermee een rechte lijn maken, of deze steken verwerken in een ring of boog.

 

Josefineknoop (Josephine knot)

Ook wel S-ketting of halve steek (half stitch) genoemd. Je maakt alleen de eerste helft van de dubbele knoop. Je zult merken dat de steken de neiging hebben te gaan draaien. Na tien steken draai je de draad 1x rond de naald, van je af, de steken draaien vanzelf mee, en je gaat verder met de volgende tien steken.

 

Z-ketting

Deze gaat net als de josefineknoop, maar dan met de tweede helft van de steek.

Ook hier na tien steken de draad rond de naald draaien. Je ziet dat de steken nu de andere kant opgaan.

 

Zigzagsteek = victoriaanse steek = knoopsteek (rick rack)

Je maakt 4x de eerste helft van de steek, dan 4x de tweede helft. Drie keer of vijf keer mag ook, als je maar hetzelfde aantal keren bij de eerste en tweede helft doet.

 

Parelsteek (pearl stitch)

Je werkt met twee draden. Om en om maak je een dubbele knoop, de ene keer met de linkerdraad aan de linkerkant, de andere keer aan de rechterkant met de rechterdraad.

 

Parelsteekvariatie

Ook deze gaat met twee draden. Nu maak je drie dubbele knopen, en er komt een picot over de dubbele knopen van de andere kant.

 

Lock stitch

Normaal gebruiken we deze om een steek vast te zetten, maar je kunt er ook andere dingen mee doen. Maak de eerste helft van de dubbele knoop, haal de naald door, maak dan een knoop over de linkerdraad. Herhaal tot je de gewenste lengte hebt.

Bij een ring gebruik je het lusje (ontstaan door de paperclip) om te sluiten.

Bij een boog haal je de paperclip weg, trek de draad aan.

In plaats van een paperclip kun je hier ook aanhaken in een picot van een vorige toer.

Maak simpel je website Eigen site maken