Frivolité

6. madeliefjespicot, daisy picot, picot margarita

Bij de gewone picot bestaat de picot zelf uit enkele draad. Bij de madeliefjespicot worden er dubbele steken gemaakt rondom deze draad, met de picotdraad als kerndraad.

Je kunt de ringen die onderdeel zijn van een madeliefjespatroon maken met twee afgeknipte draden, of met de kerndraad en de boldraad. De boldraadmethode heeft als voordeel dat je minder vaak hoeft aan te hechten, maar je kerndraad moet wat langer zijn. Ik vind zelf de boldraadmethode makkelijker, maar probeer ze gewoon allebei en kijk waar je voorkeur ligt.

Op deze bladzijde leg ik de methode met twee naalden uit. Op de volgende pagina leg ik de boldraadmethode uit. Daar zet ik ook wat beginnerstips neer en een paar oefenpatroontjes.

 

6i. madeliefjespicot met twee losse draden

Je werkt met twee draden, zonder bol, en twee naalden.

Knip twee draden af, van verschillende kleur. Knoop deze aan het begin samen en doe aan elke draad een naald (tek.1)

Laten we voor het gemak de donkere kleur naald A noemen, en de lichte kleur naald B. Met de lichte draad B maak je de dubbele knopen, dus die moet het langst zijn.

 

We maken eerst een boog. Leg naald A op de knoop en maak met draad B 10 dubbele knopen. Trek de naald door, WNK dus knoop over linkerdraad.

 

Nu beginnen we met het madeliefje.

Leg naald B op de laatste dubbele knoop van de boog en met de donkere draad maak je 2 dubbele knopen (tek.2). Laat deze op de naald staan.

Leg nu naald A op de knopen, bovenop naald B. Let op dat draad A ook bovenop de naald ligt, anders krijg je straks een verkeerde draai (tek.3)

Maak nu met de lichte draad, 10 dkn op naald A (tek. 4).

Naald doorhalen, steken netjes aanschuiven, leg naald A even neer (tek.5).

Maak nu met naald B en de donkere draad, 2 dkn (tek.6).

Dit is het eerste blaadje van het madeliefje.

Maak zo drie blaadjes, eindig met de 2 dkn van naald B met de donkere draad A (tek. 7).

Trek naald B door, met de lichte draad, de cirkel sluit zich. Houd hierbij alle steken zorgvuldig op de plaats. WNK.

Dan weer met een boog, met naald A en draad B, 10 dubbele knopen.

 

Wil je na deze boog verder met een ring, dan wordt dit een ZSFR. Dus kerndraad met de ene kleur, en dubbele knopen met de andere kleur.

De overgangen tussen boog en ring worden mooier als je Kate's Secret Step toepast.

opmerking
Bij Stap 7, het sluiten van de ring, maakt het niet uit of je de ring sluit met de donkere draad of met de lichte draad. Met de donkere draad is soms mooier, omdat dan de kleuren gelijkmatiger uitkomen, en als je vanaf de bol werkt heb je geen andere keus. Maar met de lichte draad komt soms beter uit. Het mag allebei.
Let bij de volgende stap altijd goed op hoe de kleuren van de draden liggen, en pas de positie aan als ze verkeerd uitkomen. Dit kun je doen met de schoenvetertruc, maar bij 2 kleuren is het vaak mooier om de naald even een stukje verder in het werk in te steken.
Als je twijfelt, maak dan eerst een klein proefstukje met allebei de methodes (donkere draad en lichte draad) en beslis dan pas hoe je die wilt toepassen in je werkstuk.
Maak simpel je website Eigen site maken